Mooie verhalen om in te geloven
een wandeling met José van Iersel
naar Karzernehof en omstreken.

Benevens het Piusplein van Tilburg, tussen de Piushaven en de Sint Josephstraat, ligt de buurt die bekend staat als Hoogvenne. Je kan er komen door bijvoorbeeld vanaf het Piusplein de Jan Aartestraat binnen te lopen. Op het eerste gezicht kom je dan meteen in een rustige woonwijk terecht, die niets meer te maken heeft met het drukke centrum, waarvan we nog maar enkele meters verwijderd zijn. Pais en vree, zo gezegd.
Maar de sluimerende stilte hier, die is wel wat misleidend. Want dit is een buurt met sprekende verhalen. Zo kleeft er zelfs een vreemde mare aan deze wijk, die de zon, die vandaag af en toe zo heerlijk schijnt, maar moeilijk kan verdragen. We zullen door de buurt wandelen met José van Iersel. Dat zij van die donkere kant weet, daar komen we zo meteen achter.
Aan de Jan Aartestraat woont de 53-jarige José van Iersel met haar man en jongste zoon. Van Iersel woont er al drieëntwintig jaar, met plezier. “In de Reeshof, daar zou ik nooit kunnen wonen”, zegt ze. “Het is hier heel rustig, maar het centrum is toch gewoon om de hoek. Mijn man en ik houden ervan om af en toe op het terras van het Piusplein iets lekkers te eten en drinken.” Als we met haar naar buiten lopen, wijst ze naar de huisjes aan de overkant van de straat. “De huizen hebben allemaal verschillende geveltjes, maar toch horen ze op de een of andere manier bij elkaar. Zo is het niet eentonig. De uithangbordjes doen denken aan vroegere tijden. Kijk, mijn kapper heeft ook zo’n bordje. Ja, misschien soms een beetje kitscherig, maar, zeg ik altijd, kitsch kan ook mooi zijn! Het heeft wel iets sprookjesachtigs.”
Een honderd meter lopen en we slaan linksaf, de Huzarenstraat in. Van Iersel wijst op de straatnamen in deze wijk. De Huzaren behoorden, zegge en schrijve halverwege de negentiende eeuw, tot een bepaald compartiment van het leger van Willem de Tweede. Even verderop komen we aan bij de Kazernehof, vernoemd naar de aanpalende kazerne van Willem II, die nog steeds fier staat. En als de wolken de zon weer even toelaten om het pleintje voor Regionaal Historisch Centrum, dat gevestigd is in een gedeelte van de oude kazerne, te belichten, zegt Van Iersel: “Het is toch jammer dat al die auto’s op het pleintje staan. Dat is toch nergens voor nodig. Het haalt de sfeer weg, terwijl deze plaats wel in de stadswandeling van de gemeente is opgenomen.”
Ja, het mag wat dromerig klinken, maar het liefst heeft José van Iersel dat het pleintje voor het gemeentearchief, de binnenplaats van de kazerne, zo veel mogelijk kan ademen van zijn historie. Want, vindt Van Iersel, er is in Tilburg al zo veel gesloopt, door bijvoorbeeld de ex-burgemeester Gerrit Brokx. En dat terwijl ankers uit het verleden zo belangrijk zijn voor mensen. Van Iersel: “Wat is er nu heerlijker, dan weg te dromen bij een gebouw of een plein. Daarom ga ik met mijn man ook zo graag naar Engeland, om kastelen te zien. Maar hier kan dat ook. Bij het pleintje van de kazerne zie ik de soldaten nog helemaal voor me lopen. Compleet met hun laarsjes, kousen en kwastjes. En daar, zie je, waar nu de peuterspeelzaal is gevestigd, dat waren vroeger de paardenstallen.” Van Iersel zegt het alsof ze de hoeven nog hoort trappelen.
We lopen terug via de Lanciersstraat. Dan, op de hoek van de Jan Aartestraat, houdt Van Iersel halt. Ze wijst op de boom die daar staat. Er gaat een oude legende over deze plek, vertelt ze. De Jan Aartestraat is vernoemd naar een zekere Jan Aarte, die omstreeks 1645 zou zijn overleden. Nu wil de mare, dat Jan Aarte is opgehangen aan de boom die op deze plek stond. Andere stemmen zeggen dat deze Jan Aarte, om zijn onschuld te bewijzen, een tak geworpen zou hebben, van waaruit een Eikenboom is gegroeid. Als Van Iersel deze plek ziet, kan ze zich wel blijven afvragen waarom die meneer Aarte zich dan wel niet moest vrijpleiten. Of waarom hij opgehangen werd. En door wie eigenlijk? Het is allemaal niet duidelijk. Het stratenboek dat Van Iersel bezit, waarin “dit gekke verhaal” ter sprake komt, geeft geen uitsluitsel. In ieder geval zou het er sedert die tijd spoken. “Daar merk ik gelukkig niks van”, stelt Van Iersel ons gerust. Maar dan, plots, doen wolken de zon verdwijnen. Tijd om te gaan.


Daan Rutten, april 2006