Een muur van herinneringen
een wandeling met Ad van de Laan
Hoevenseweg 62

We beginnen bij broodjeszaak De Hoeve en gaan meteen door naar de Ringbaan-Oost. Want als ik het verhaal van Ad van de Laan over het wonen in dit deel van Tilburg chronologisch wil vertellen, moeten we starten bij Ringbaan-Oost 270. Het is eind november 2004.
We kijken naar het bovenraampje en naar de gevel. Dat lijkt niks bijzonders. Toch is er meer te zien dan je denkt. Als je goed kijkt heeft elk bouwdeel een grijze stip, ergens in het midden van deze langgerekte vierkanten bouwdelen. Die stip is een overblijfsel van mislukte goede bedoelingen om hier de muren te isoleren. Want de Ringbaan-Oost was altijd al een drukke straat, ook toen Ad hier veertig jaar geleden met zijn vrouw kwam wonen. Daarom zijn er vijfentwintig jaar terug gaten geboord in de gevels van deze huizen, met het doel om tussen de betonplaten en de binnenmuur isolatiemateriaal te spuiten. Dat spul leek op 'engelenhaar'. Door de trilling van het verkeer is die isolatielaag niet op zijn plaats gebleven, alleen de dichtgesmeerde gaten, die nu een patroon van grijze stippen maken, herinneren nog aan de isolatiepoging. Een ander detail aan deze gevel is het langgerekte raam van de bovenverdieping. Destijds was dat raam helemaal van glas. Ad had voor zijn bedlegerige moeder, die boven woonde, de dichte plaat uit de onderkant van het raam vervangen door een glasplaat. Zo kon ze vanuit het bed naar buiten kijken.
De bewoner van nummer 270 komt naar buiten, want geveltoeristen aan de Ringbaan-Oost vallen wel op. Ad vertelt de nieuwe bewoner dat hij met plezier in dit huis en in deze straat heeft gewoond; er was altijd wel wat te beleven. Als hij iets nadeligs over het huis kan zeggen, dan is het dat het moeilijk is om er iets aan de muren te hangen. Het is twee keer dun beton 'met een pak stro ertussen'. De verzorging van de tuinen en de heggen laat nu wel te wensen over, maar verder zijn het nog steeds prima huizen, terwijl ze er al sinds 1949 staan. Ook vindt hij het storend dat de schuurtjes, die bevriende buurmannen destijds bouwden, er nu armetierig bijstaan.
We kijken naar de andere huizen en hij vertelt wie waar woonden. De herinneringen en anekdotes komen boven. Zoals die keer dat de politieman van het ene hoekhuis en de koster van een ander hoekhuis, samen met Ad aan de borrel waren. De koster kon niet goed tegen drank en na de gezellige avond durfde hij niet meer terug naar huis, want zijn vrouw was 'een kwaaie'. Hij ging daarom zijn roes uitslapen in het schuurtje. Ad en de politieman haalden een grap uit door in de achtertuin van de koster een soort nepgraf te maken. De herinnering aan de vrouw die de volgende ochtend op weg naar het schuurtje dit beeld ineens in haar achtertuin zag, leidt nog steeds tot een brede lach.
Het was echt goed wonen hier, vindt Ad. De reden om twintig jaar geleden te verhuizen was dat dit een huurhuis was, en via een leerling van de technische school waar hij werkte hoorde hij dat het huis aan de Hoevenseweg te koop was.
We lopen naar zijn huidige huis en passeren rechts bij de Lourdeskerk een plek waar avonds auto's met vreemde figuren komen. Je vindt daar de volgende ochtend dan bierblikjes en ander afval. Dat is irritant. Ook bij de Rockacademie (voormalige AaBee fabriek) is zo'n terrein waar je altijd afval vindt van mensen die daar avonds met hun auto komen en hun vuil gewoon laten liggen.
Ad van de Laan is betrokken bij zijn buurt en kent veel mensen. Dat merk je als je met hem op straat loopt of hem later op de dag weer tegenkomt, druk doende om wat op te lossen. Veel mensen vragen hem om raad als er iets te repareren is. Als ambachtsman houdt hij van dingen maken. De winkeliers in de Leijparkboulevard weten hem ook te vinden. We gaan naar de binnenplaats achter de Rockacademie en praten daar kort met de eigenaar van de sanitairhandel. Op het binnenterrein was de dag daarvoor weer een oefening met politiehonden geweest, en Ad en de winkelier wijzen me de vijver aan waarin gisteren een hond verdween. Je moet ook w├ęten dat het een vijver is, anders zou je het niet geloven. Ik zie veel lang gras en nergens spiegelend water. Zou er ook zo ingelopen zijn, maar van een politiehond had ik beter speurwerk verwacht. De hond was dan ook nog in training, vertellen de mannen. We verlaten de openbare ruimte want er is iets dat ik echt moet zien: de wolkamers onder de oude AaBee-fabriek. Een fabriek die, sinds Ad van de Laan zich herinnert, een veranderlijke sfeerbrenger is in dit gebied. Of het nu over fietsende arbeiders in ploegendienst gaat, over nieuwgebouwde, omgebouwde winkelruimtes of verloederde fabriekshallen, deze plek is en blijft sfeerbepalend. Ik word door de wolkamers van de fabriek gevoerd en zie de nummers nog op de balken staan. Wat al die nummers precies betekenden blijft onduidelijk, maar het is een fascinerende tocht door de catacomben van een oude fabriek.
Wat ik echt niet had verwacht is dat de wolkamers onder de hele fabriek doorlopen. Ik vraag me af wat ze hier allemaal gaan doen na de renovatie. Ad weet het ook niet. Dat de fabriek dichtging was destijds een triest moment. De arbeiders hadden nog niet zo lang daarvoor een deel van hun loon ingeleverd om de fabriek te redden. Tevergeefs. Later zijn ze gewoon op straat gezet; ze werden gebeld dat ze niet meer hoefden te komen.
We lopen terug naar de Hoevenseweg. Ads buurhuis is een oude boerderij, die tot acht jaar geleden nog in bedrijf was. De strontbult lag gewoon schuin achter Ads achtertuin. Toch stoorde dat nooit. Hij mist de bedrijvigheid van de boerderij wel. Staande voor het gebouw komen de herinneringen aan het oude bedrijf weer boven. Midden onder een Sinterklaasviering heeft hij eens geholpen bij het kalven van een buurkoe. Het kalf had ademnood. Toen de boer - naar plaatselijk gebruik - wat zout in de mond deed, ging het beestje slikken en ademen, vertelt hij. Ik ken het gebruik niet, hoewel ik als boerendochter vaak heb 'geholpen' bij het kalven en het schoonmaken van de kalfjes. Misschien is het ook gewoon onzin, zegt Ad, en dachten de boeren hier gewoon dat het hielp.
Hij wijst nog op de oude lindebomen voor de boerderij en dan ga ik weer verder. Ik loop langs de AaBee-fabriek door de Fatimastraat terug richting centrum en kijk naar de fabrieksmuur. Na de wandeling met Ad van de Laan weet ik dat naast mij kelders verborgen zitten die vroeger vol wol zaten en dat er nu winkelopslag in zit. Dat maakt die lange muur veel spannender.


Wapke Feenstra, november 2004